“Ik ben altijd gek op talen geweest!”
Joke Radius volgde verschillende cursussen Italiaans (én ging mee op taalreis naar Bologna, te zien op de foto hierboven). Taal is een rode draad in haar carrière. Joke werkte als docent lichamelijke opvoeding en Frans op een lyceum, schreef reisgidsen, vertaalde kookboeken, en werkte op een camping in Frankrijk. Nu nog een baan als afwasser in een pizzeria!
Hoe bent u docent Frans geworden?
Na de middelbare school had ik geen idee wat ik moest doen. Een gymnastiekleraar zei: je vindt gymnastiek toch leuk? Dus toen ben ik de academie voor lichamelijke opvoeding gaan doen en werd ik gymnastieklerares. Later ben ik in de avonduren mijn lerarenbevoegdheid Frans gaan halen. En op mijn school in Amsterdam-West ben ik toen ook Frans gaan geven, als tweede vak. Dat vond ik heel leuk en maakte het werk afwisselend.
En nu leert u Italiaans.
De afgelopen jaren ben ik Italiaans gaan leren. Daarbij heb ik veel aan het Frans. Als ik iets niet weet, dan probeer ik het in het Frans met een Italiaans accent. Soms is het goed, soms hartstikke fout, maar het helpt vaak toch. Ik ben altijd gek op talen geweest. Als ik met mijn ouders op vakantie was in het buitenland vond ik het fantastisch als ik iets kon verstaan. Mijn vader sprak overigens ook goed Frans. Op de dag dat ik geboren werd haalde hij zijn lerarenbevoegdheid. Dus ergens was het voorbestemd!
U schrijft ook reisgidsen?
Nadat ik was gestopt met lesgeven ben ik reisgidsen gaan schrijven. Ik heb gidsen geschreven over Normandië en Bretagne. En in steden wil ik ook altijd alles zien. Om elk hoekje kijken, steeds verder, alle kleine leuke straatjes zien. En in Parijs is zoveel te ontdekken. Wijken met kleine vakwerkhuisjes, pleintjes en bomen, waardoor het lijkt alsof je in de Elzas bent; gewoon midden in het centrum. Ik ging al die Parijse wijken af, en die heb ik toen in een fietstocht aan elkaar geknoopt en een gids gemaakt: Parijs per fiets. De eerste uitgave verscheen in 1998. Vorig jaar is de zevende druk verschenen.
Is er veel veranderd in Parijs in die periode?
Het stratenpatroon blijft natuurlijk, maar wijken veranderen. Plekken die heel bijzonder waren in de eerste druk zijn nu gewoon overlopen door toeristen. Het Canal Saint-Martin bijvoorbeeld. Dat was vroeger onbekend en nu hartstikke toeristisch. Het is dan ook een hele mooie route: je hebt er hoge bomen en sluizen in drie trappen. Toen mijn eerste Parijs-gids verscheen stond de Grande Arche, een enorm gebouw in de vorm van een kubus, er nog niet zo lang. Dat was toen één van de hoogste gebouwen van Parijs. Inmiddels valt het bijna in het niet naast de nog grotere gebouwen die er omheen zijn neergezet. Hoe snel die stad verandert, het is werkelijk niet normaal.
Hoe is het om als docent zelf weer een nieuwe taal te leren?
Leuk! Het Frans en het Italiaans hebben best veel overeenkomsten. Rijtjes en woordenlijsten leren doe ik eigenlijk niet. In plaats daarvan leer ik constructies en zinnen. Zo heb ik een A4-tje vol voorbeeldzinnetjes met bepaalde werkwoorden, waar speciale constructies mee gemaakt worden. Dat zijn zinnetjes die je gewoon vaak moet oefenen. Ik vind het leuk om daarmee bezig te zijn. En ik heb veel geluisterd naar cd’s van Eros Ramazotti, Laura Pausini, Paolo Conte en zo. Daar leer je toch ook veel van. Niet alleen woorden, maar ook manieren waarop je iets zegt.
Leest u ook in het Italiaans?
Ik heb leescursussen gedaan hier bij het Taalhuis: ‘Leggi & parla’. Dat waren eenvoudige boekjes. Heel leuk, en het leest makkelijk weg. Als ik een krant lees of een Italiaans artikel, dan is het wat lastiger, maar meestal kom ik een heel eind. En als ik een woord niet ken, dan helpt het vaak om het uit te spreken. Veel mensen zijn bang om fouten te maken, maar je moet gewoon durven.
Durven, hoe ziet dat eruit als je een taal leert?
Toen ik Frans leerde heb ik eens acht weken als receptionist op een camping gewerkt, tussen Lyon en Chambéry. Het was voor die campinghouders wel een experiment, want die zeiden: tja, zo’n oude dame… ik was toen al rond de zestig. Maar daarna hebben ze me elk jaar weer gevraagd. Het was heel leuk, en ik leerde daar allerlei dingen die je niet leert tijdens een studie. Ook onnozele woorden als trombone: paperclip. Of een agrafeuse, een nietmachine. In het begin vond ik het spannend als ik de telefoon moest opnemen en in het Frans antwoorden.
Veelzijdige ervaringen!
Ja, allemaal verschillende dingen. Ik heb ook nog een tijdje gewerkt als vertaler: Frans-Nederlands. Rijen kookboeken vertaald. Leuke vierkante kookboekjes. Over tiramisu: allerlei variaties. Over pizza-achtige dingen. Over verrines, van die glaasjes met een heerlijk voorgerechtje of een toetje erin. Dat was hartstikke leuk. En als je al dat soort werk doet als freelancer, dan kun je het doen wanneer het je uitkomt. Heerlijk vond ik dat.
Nu ik Italiaans leer denk ik wel eens: eigenlijk zou ik een Italiaans baantje moeten zoeken. Twee keer in de week afwassen in een pizzeria of iets dergelijks. Maar goed, dat is een leuk plan, maar dat heb ik nog niet gedaan.
