Hoi Giacomo, leuk dat je meedoet met Meet the Student! Vertel eens iets over jezelf.
Mijn naam is Giacomo. Ik kom uit Italië. Ik woon al sinds 2018 in Amsterdam. Ik ben hier gekomen voor een studie informatierecht. Bescherming van persoonsgegevens is mijn specialisme. Vijf jaar geleden ontmoette ik mijn vrouw. Inmiddels hebben we samen een kind. Dus ik denk dat Nederland voor mij een wat langer project is geworden.
Wanneer ben je begonnen met Nederlands leren?
Ik ben begonnen met taallessen toen mijn vrouw zwanger werd. Nederland is nu ook mijn huis geworden, en de taal goed leren is dan het allerbelangrijkste. Dat vind ik persoonlijk. Maar de taal is ook belangrijk om hier te kunnen wonen, en om écht te kunnen genieten van de mogelijkheden van de stad en van het land.
Welke talen spreek je?
Behalve Nederlands spreek ik Italiaans en Engels. Engels was eerst mijn werktaal. Maar nu werk ik bij ING. Dat is een internationaal bedrijf maar ook ‘oranje’, en we hebben dus veel Nederlandse klanten. Op mijn werk is Nederlands nu ook mijn eerste taal. Mijn vrouw begint nu met Italiaans leren. We zijn een tweetalige familie.
Hoe ben je bij het Taalhuis terechtgekomen?
Dat weet ik eigenlijk niet meer precies. Maar ik volg al lang cursussen bij Taalhuis. Dat komt doordat de docenten enthousiast en gepassioneerd zijn over hun werk, taal en cultuur. Ik heb altijd het gevoel dat docenten benieuwd zijn naar de studenten en naar hun achtergrond. Ik vind de intercambio’s leuk, en natuurlijk ook de evenementen. Die zijn denk ik echt uniek voor het Taalhuis.
Welke cursus heb je recent gevolgd?
Mijn laatste cursus was in december met de debatclub. Dat was superleuk. Geschikt voor mijn niveau: wat langere presentaties geven en debatten voeren. Die debatcultuur is volgens mij ook typisch voor Nederland. Italië is meer een hiërarchisch land. Hoe ouder je wordt, hoe belangrijker je daar bent. Hier is het wat democratischer. Iedereen heeft iets te zeggen. Dat is niet alleen een indruk van mij. Kinderen wordt dat op school ook echt geleerd. In Italië krijgen kinderen daar geen training in, ze leren daar om goed te luisteren. Dat is natuurlijk óók belangrijk. Maar het creëert een ander soort maatschappij. Nederland is echt een democratisch land.
Waarvan leer je het meest in de les?
De gesprekken met medestudenten. Waar ze vandaan komen, wat hun motivatie is om de taal te leren, welke strategie ze gebruiken. Tegelijkertijd zijn de lessen alleen niet genoeg om de taal te leren. Je moet het ook zelf doen. Als je elke week naar de school gaat geeft dat veel structuur. Dat vind ik mooi aan lessen volgen, het commitment. Het is niet zo dat er in de klas iets magisch gebeurt, waardoor je opeens de taal leert. Het is een proces, en de school is een belangrijk onderdeel van dat proces.
Hoe pak jij dat aan, Nederlands leren buiten de les?
Het allerbelangrijkste is dat je iets interessant vindt. In het land, in de media, in een goede krant of tv-programma. Persoonlijk ben ik geïnteresseerd in politiek en in debat. En in de laatste vijf jaar waren hier twee of drie keer verkiezingen. Dat heeft zeker geholpen!
Dus eigenlijk heb je door de politiek Nederlands geleerd.
Ja. Ik vind ook de manier waarop politici met elkaar debatteren een goede manier om de taal te leren. En de cultuur, wat er belangrijk is voor de mensen en voor het land, wat er allemaal aan de hand is. Dus als je politiek interessant vindt, is dat een goede manier.
Wat vind je moeilijk aan Nederlands?
De woordvolgorde is voor mij een nachtmerrie. En ook de uitspraak van bepaalde woorden. Als Italiaan hoor ik bepaalde klanken net niet duidelijk. Bijvoorbeeld het verschil tussen de W en V. In het Italiaans is er geen ‘W’. Die zit niet in ons alfabet. Wij hebben een wat korter alfabet.
En is het makkelijk om Nederlands te praten met mensen die je ontmoet?
Mensen beginnen wel snel Engels tegen je te praten. Dat is wel een beetje pech. Niet alleen voor de buitenlanders maar ook voor de Nederlanders zelf. Er is een voordeel en een nadeel om een tweetalige stad te zijn. Het voordeel is een hele open en aantrekkelijke stad. Maar aan de andere kant…
Ik begrijp dat er twee niveaus zijn van integratie. Het eerste niveau is de internationale stad. Daar is Engels praten geen probleem, daar is iedereen welkom. Het tweede niveau van integratie is: Sinterklaasliedjes, de school, de belastingdienst, de gesprekken met de leerkracht van je kind. En op dat tweede niveau gebeurt alles in Nederland.
En jij zit nu in die tweede laag?
Best wel! Mijn boodschap voor alle buitenlanders is dat de tweede laag heel mooi kan zijn. Er is daar zo veel te vinden! Als je hier al tien jaar woont, en je komt niet in de tweede laag van de samenleving, you’re missing out. De taal zelf is niet het doel. De taal is een middel om je te kunnen verbinden met de mensen, het land en de maatschappij.
Mooi advies. Heb je nog een andere tip voor mensen die Nederlands willen leren?
Zo snel mogelijk beslissen of je hier wil blijven wonen. Ik ken veel buitenlanders die hier al jaren wonen, maar het een beetje zien als een tijdelijke situatie. Zo van: ik woon hier, ik heb een baan hier, maar ik ga misschien weer weg. Dan kan natuurlijk altijd gebeuren, het is voor iedereen anders. Maar ik zou zo snel mogelijk kiezen of dit je thuis wordt. En als dat zo is, dan moet je er ook voor werken. Erin investeren. Ik ga in april mijn staatsexamen NT2 II (B2 niveau) doen, ook om het officieel te hebben.
Dat is trouwens ook een goed aspect van het Taalhuis. Ze bieden verschillende typen cursussen. De meer traditionele vorm, grammatica en zo, dat is belangrijk. Maar ook andere dingen, zoals de debatclub, de boekenclub, of gewoon eens een workshop. Dus voor de volgende vier, vijf jaar blijft het Taalhuis voor mij altijd een mogelijkheid.